|
Het blijft voor ons een mysterie hoe sommige families er in slagen te overleven. In lage bouwvallige huisjes -bijna zei ik krotten- vaak zonder ramen en deuren, zonder drinkwater en elektriciteit, met lekkende golfplaten als dak en aangestampte aarde als vloer. En uit die woningen komen dan fiere ouders en aangename kinderen te voorschijn. Dat zouden wij niet verwachten! Zij zijn niet beschaamd dat wij hen in die armoede komen opzoeken. Integendeel zij voelen zich gewaardeerd! Het zijn mensen die respect en bewondering afdwingen en onze hulp waard zijn. Elke maand krijgen twintig families een voedselpakket en kledij voor de kinderen. Omdat er meer dan twintig behoeftige families zijn wordt deze groep regelmatig aangepast opdat iedereen aan de beurt zou komen.
De groep van moeders met een dieparme familie laten zich niet kennen. Ook zij zijn gelukkig als ze bezoekers een hapje -heel klein dan, maar heel hartelijk- kunnen aanbieden.
De echte armen komen niet naar je toe. Zij komen niet aan je oren klagen. Als je verder van het centrum families bezoek kom je gewoonlijk bij hulpbehoevenden terecht. Zij zijn tevreden dat zij “ontdekt” zijn. Soms moet je vaststellen dat mensen die komen klagen het nog niet zo slecht hebben.
|